Schets 21: Het beloofde land veroverd

S

In de schetsen 19 en 20 hebben we gezien hoe Israël begon aan de verovering van Kanaän. Twee belangrijke steden die in de weg stonden om Kanaän binnen te trekken, Jericho en Ai, zijn met de grond gelijkgemaakt. En de puinhopen zijn een monument voor vele volgende generaties: om ook die ervan te doordringen dat de Israëlieten deze steden alleen konden veroveren doordat de HERE voor hen streed. Daarna zijn ze ongehinderd verder getrokken tot in de buurt van Sichem; ze hebben het verbond met de HERE bevestigd bij de Ebal en daar hun kamp opgeslagen. De stadstaat Gibeon is overgelopen en in dienst van Israël gekomen.

Inleiding op de schetsen 21 en 22

Nu het vervolg: de macht van de Kanaänitische volken wordt gebroken en de Israëlieten mogen hun ‘erfdeel’ in bezit nemen. Kort voor zijn sterven neemt Jozua met een ernstige rede afscheid.

Schets 21: Het beloofde land veroverd

De koningen van het zuiden hebben een coalitie gevormd voor de tegenaanval. Om te beginnen belegeren ze Gibeon om het te straffen voor zijn ‘verraad’. Dit loopt uit op een grote veldslag, waarin het weer heel duidelijk de HERE is Die voor Israël strijdt. Meteen daarop volgt een tweede veldslag, nu met de koningen van het noorden. Na afloop luidt de conclusie: Israël beheerst het hele gebied dat de HERE al aan Abraham beloofd had.

  1. Strijd tegen de coalitie in het zuiden: Jozua 10:1-15
    a. (1-5) Vijf koningen in het zuiden van Kanaän binden de strijd aan tegen Gibeon: waarom?
    Ga na uit welke steden ze komen; zitten er nog bekende namen bij? (zie kaartje 1 bij de tips)
    b. (6-8) Hoe reageren (1) Gibeon, (2) Jozua en (3) de HERE?
    c. (9-12) Wie heeft hier de leiding? Wat denk je: is vs. 12 een idee van Jozua?
    d. (13-15) Zon en maan worden in de strijd betrokken. Waarom zijn deze verzen een struikelblok voor veel mensen? Waarom zijn ze juist heel belangrijk voor ons? Wat zegt vs. 14 over ons bidden?
  2. Afronding door Jozua en Israël: Jozua 10:16-43
    a. (16-23) De vijf koningen gevangen. Waarheen waren ze gevlucht? Waarom wacht Jozua met hun berechting?
    b. (24-26) De vijf koningen berecht en gestraft. Wat laat Jozua de aanvoerders doen? Een bekende symbolische handeling; wat is doorgaans de betekenis ervan? En hier (zie vs. 25)? Wat is het verschil?
    c. (27) Waarom haalt Jozua de lijken weg tegen zonsondergang (zie Deut. 21:22-23)?
    d. (28-39) De stedentocht: zet eens op een rijtje welke steden worden ingenomen (zie kaartje; zitten er nog bekende namen bij?).
    e. (40-43) Wat doet Jozua met deze steden? Wat is het verschil met Jericho en Ai?
  3. Strijd tegen de coalitie in het noorden: Jozua 11:1-15
    a. (1-5) De koningen in het noorden verzamelen zich. Waar wonen die? (zie kaartje 2 bij de tips) .
    Let op de volkennamen in vs. 3: herken je ze? In welk verband ben je ze tegengekomen?
    Wat wordt er over hun uitrusting gezegd? Had Israël ook iets dergelijks?
    b. (6-9) Wat moet Jozua doen na de overwinning (vs. 6)? Was het niet slimmer geweest ze zelf te gaan gebruiken? Waarom wel/niet?
    c. (10-14) Wat doet Jozua met deze steden (vgl. 2e)? Welke stad krijgt een speciale behandeling? Waarom? Weet je nog waarom de HERE opdracht gegeven had tot deze nietsontziende slachtpartijen?
    d. (15) Waarom zou dit hier zo nadrukkelijk staan?
  4. Concluderend overzicht van beide veldslagen: Jozua 11:16 – 12:24
    a. (11:16-18) Vs. 16 geeft globaal het veroverde gebied aan (zie kaartje 3, een verticale doorsnede), vs. 17 een globale zuid- en noordgrens. De Kanaänieten krijgen geen legers meer op de been, maar in de jaren hierna moet Israël nog veel steden en dorpen veroveren, die zij daarna – zie vs. 23 – zelf gaan bewonen. Bekijk ze goed!
    b. (19-20) Op Gibeon na is geen enkele stad uit op een vredesverdrag. Waarom niet? – zie vs. 20. Herken je dit? (bijv. Exodus 7:3-4)
    c. (21-23) Wie waren de Enakieten? Zie Num. 13:28, 33. In vs. 22 staat dat er nog Enakieten in Gaza, Gat en Asdod zijn overgebleven. Van wie waren deze steden? En ken je zo’n Enakiet?
    Wat doet Jozua na de veroveringen?
    d. (12:1-6) Ter afronding krijgen we nog even het hele plaatje: eerst het Overjordaanse, al door Mozes veroverd. Welke stammen wonen daar? Welke koningen heeft Israël daar verslagen?
    e. (7-24) Ook de veroveringen ten westen van de Jordaan worden nog eens kort samengevat, gevolgd door een lange lijst van overwonnen koningen, één voor één genoemd naar hun steden. Hoeveel koningen? Ga na welke steden je ook op de kaartjes aantreft. Wat voor zin heeft het, denk je, om zo’n lijst nauwkeurig door te nemen?

Bespreking
Zingen vooraf: Psalm 20: 4,5
Aan het eind: Psalm 147:4,7

  1. Bespreek de voorstudievragen.
  2. Kijk daarbij ook naar de tips (met overzichtskaartjes) en aanvullingen op de website.

Tags

Categories